in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong
september 9th, 2020 by Igor Cornelissen

Willem Kloeke en de Zwolsche sketsies: “chien Ollans, maer Zwols”

In Zwolle wordt nog steeds het plaatselijke dialect gesproken, al hoor ik het minder vaak. Niet vreemd, omdat zoveel inwoners van elders komen. Er is zelfs een jaarlijks dicteewedstrijd waarbij je winnaar kunt worden.

Willem Kloeke (1852-1934) kende het dialect heel goed. Hij was opgegroeid in de Zwolse binnenstad, werd onderwijzer en verhuisde naar Haarlem. Daar schreef hij zijn aardige Zwolsche sketsies die speelden in het midden van de 19e eeuw onder het gewone volk. In zijn vrije tijd was Kloeke kaartenmaker. Hij was een erudiet onderwijzer, waar er in zijn tijd meer van waren. Ik weet wel zeker dat hij het eens zou zijn met de bewering dat kennis een vorm van liefde is: om te bekennen moet je iets kennen.

Het Zwols is niet zo moeilijk, maar voor enkele woorden (boezekerel=boeman) geeft hij in voetnoten (dus onderaan de bladzijde) een verklaring. Ik spreek en versta Zwols, maar het eerste doe ik met tegenzin. Ik vind het een lelijk dialect en als ik daar voor uit kom, zijn boze blikken mijn deel. Twents vind ik bijvoorbeeld lieflijker klinken, zachter, melodieuzer. Maar na lezing van Kloeke’s boek uit 1931 dacht ik daar toch wat genuanceerder over. Het Zwolse kan zeer direct zijn. Gasterig=vuil. In Zwolle wordt iemand nog wel voor “voele gasterd” uitgemaakt. Dan ben je een smeerlap. Ik heb altijd gedacht dat het woord gasterd van het Hebreeuwse chazzer afstamt wat onrein betekent. Zoals bijvoorbeeld een varken. Maar bewijs voor die afleiding heb ik tot op heden niet gevonden. 

Kloeke geeft aardige details. We komen bij hem aan de weet dat als minister Thorbecke voor zaken weer  eens in zijn geboorteplaats moest zijn waar hij dan logeerde. Er waren in zijn tijd veel logementen en herbergen in Zwolle, een tijd waarin spoorwegen en auto’s ontbraken. 

In de Zwolsche Courant van 9 april. 1925 staat een mooi citaat van Kloeke. Hij spreekt met warmte over de schoonheid van de taal waarmee hij opgroeide, “chien Ollans, maer Zwols”. Taal en dingelijkheid vloeien in elkaar over, zou mijn kompaan zeggen.

De tael, die ‘k ‘t eerste eb eleerd was chien Ollans, maer Zwols, de tael van miej moeder, van miej vaeder en van zoo wat alle mensen, die ‘k in de eerste joeuren van miej léven te zien en te euren krege. Is ‘t dan wonder da-‘k die tael graeg in eere olle? ‘k Wonne now al meer dan fieftig joeur in ‘n eel andere oek van ‘t land, maer ‘t Zwols bin ‘k toch nog lange niet vergeten en doeur bin ‘k bliej umme, want ‘t is toch zo’n ekfetieve mooie tael; ‘t ef zokke mooie, zachte klanken; jö, ‘t is miej vaeke of’t selde vertelseltien in ‘t Zwols mooier is as in ‘t Ollans

De zoon van Willem Kloeke, Gesinus Kloeke (1887-1963), viel net als de appel niet ver van de boom. Hij werd taalwetenschapper (taalgeograaf en historisch taalkundige) en hoogleraar in Leiden. Dit terzijde uiteraard.

Kloeke, W. (1931). Zwolsche sketsies. Zutphen: W.J. Thieme & Cie. 1e druk, XII, 148 pp. Omslag en rug kwetsbaar (licht beschadigd). Binnenwerk goed, geïllustreerd (Sassenpoort, Lemelerberg etc.). Meerdere opstellen (in het Zwols dialect) over schooltijd, kosthuis, scheldnamen, reizen etc.). Collectie Igor Cornelissen. € 16,50 (incl. verzending). Bel of mail ons.
september 8th, 2020 by Igor Cornelissen

De annexatie van de geschiedenis en de vrouw met de schaar in haar hand

De staking in Amsterdam en omstreken uit 1941 was, zeggen sommige geschiedschrijvers, de eerste en enige staking door niet joden tegen de vervolging van hun stad- of anders gezegd klasse genoten. Ieder jaar werd de staking herdacht. Maar door wie en hoe?

De communisten eisten de staking voor zich op. Het proletariaat had zich geweerd. Het was een sein geweest voor het nationale verzet. De gemeente Amsterdam wilde het graag algemeen houden. De communisten, jarenlang een grote factor in de gemeenteraad (met wethouders), eisten niet het alleenvertoningsrecht op, maar wel de erkenning dat hun staking was geweest.

Annet Mooij schrijft over de onsmakelijke kanten van de intriges rondom de herdenking. Een foto waarop Paul de Groot en Gerben Wagenaar samen een krans leggen is veelbetekenend. Verzetsstrijder Wagenaar werd oppositioneel binnen de CPN, geroyeerd en vervolgens weggezet als klassevijand en handlanger van de Engelse geheime dienst. Hoe moest dat nu verder? Konden ze daarna nog een krans leggen? In ieder geval niet samen. Het Amsterdamse gemeentebestuur moest daar doorheen zeilen. Of er omheen. En dan waren er nog de joden. De CPN legde het accent op de antifascistische strijd. Dat het een protest was tegen de anti-joodse maatregelen kwam op de achtergrond.

Annet Mooij beschrijft hoe iets heldhaftigs en inderdaad unieks, bij herdenkingen iets naargeestigs kreeg. Zelfs onsmakelijk. Niet in de laatste plaats doordat allerhande linksradicale groepen de herdenking wilden annexeren. Er kon, vonden ze, ook geprotesteerd worden tegen Biafra en tegen de bezettingspolitiek van Israël.

Niet voor het eerst had Henriëtte Boas (1911-2001) een afwijkende mening. Zij las de krant met de schaar in de hand en had misschien wel de potentie de Geschiedenis zelf te corrigeren. Zij was beroemd in krantenlezend Nederland, en niet alleen vanwege haar ingezonden stukken. Volgens haar was de staking een eenmalige gebeurtenis en er was geen enkel joods leven door gered. Men kon volgens haar maar beter stoppen met de herdenking. Zo barmhartig, heldhaftig en vastberaden was de houding van de Amsterdammers tijdens de rest van de bezetting nu ook weer niet geweest.

Geen vrolijke, wel nuttige lectuur. Niet alleen voor mensen die, zoals ik, wel eens meeliepen in de herdenkingsoptocht.

Méér geschiedenis bij Cornelissen & De Jong.

september 7th, 2020 by Igor Cornelissen

De straathonden in de Zwolse dichterswijk: Winnie, Ike en Stalin

Hitler en Stalin. Twee massamoordenaars. Toch lees ik de redevoeringen van de tweede nog met een zekere aangename opwinding. Ik zie mijn vader nog de vlaggetjes prikken op de kaart van Europa. Het Rode Leger rukte op naar Berlijn en dat betekende dat onze bevrijding ook dichterbij kwam. We hielden onze adem in op de Zwolse Vondelkade.

De eerste dagen na Hitlers aanval op de Sovjet Unie was Stalin van slag. Hij was, populair gezegd, de kluts kwijt, hoewel zijn spionnen hem hadden gewaarschuwd. Hij geloofde en vertrouwde ze niet. De eerste radiorede na de inval werd gehouden door Molotov, de minister van Buitenlandse Zaken die het niet-aanvalsverdrag met Ribbentrop in 1939 had ondertekend. Toen Stalin op 3 juli 1941, tien dagen na de inval van Duitsland, op de radio te horen was richtte hij zich tot: Kameraden! Burgers! Broeders en zusters! Strijders van ons leger en vloot!

Hij verheelde niet dat de toestand ernstig was. De Wehrmacht sneed als een mes door de boter. Hitler was een bloeddorstige agressor. De hele wereld kan dat nu zien. Na Stalingrad en andere overwinningen kon Stalin zich wat optimistischer tonen.

Wie nu Redevoeringen en legerorders, 1941-1945 leest (Pegasus, Amsterdam, 1946), begrijpt beter waarom 11 procent van de Nederlanders in 1946 op de communisten stemde. In Amsterdam was de CPN zelfs de grootste partij. De overwinningen van de Russen hadden overal diepe indruk gemaakt. In het boek is een krantenknipsel geplakt met een merkwaardige inhoud. Het stamt uit de laatste dagen van Stalins ziekte, pal voor zijn dood op 5 maart 1953. Volgens het bericht zouden de kerkleiders van alle geloven voor zijn zieleheil bidden. Ook de opperrabbijn van Moskou riep zijn volgelingen op om te bidden voor het herstel van de zieke Stalin. Die stierf evenwel toch, zodat zijn plannen om de joden massaal te vervolgen geen doorgang vonden.

Nog even terug naar de bevrijdingsdagen van mei 1945 aan de Zwolse Vondelkade. Er liepen ineens veel honden in de buurt rond die de naam Winnie (ter ere van Churchill) of Ike (Eisenhower) werden genoemd. Ik noemde mijn hondje Stalin en beval hem bij het uitlaten op de stoep te blijven en bij thuiskomst in zijn mand te gaan liggen. Ik had toen niet eens Stalins redevoeringen en legerorders gelezen. Dat laatste geheel terzijde.

Meer nieuwe oude boeken en meer Stalin.

september 6th, 2020 by Igor Cornelissen

Over Theodor Herzl en het ex libris van Verdenius-Bense uit Noordwolde

Er bestaat veel literatuur over de journalist Theodor Herzl (1860-1904) die vanwege het proces en de gevangenschap van de Frans joodse kapitein Alfred Dreyfus zionist werd. Met andere woorden: de joden konden assimileren wat ze wilden, ze zouden toch nooit door ‘de anderen’ worden aanvaard. Een eigen staat was de oplossing. Herzl bekeek vele plannen, o.a. een in Oost Afrika. Palestina leek hem de beste plek. En zo gebeurde het.

Theodor Herzl werd eerder begraven. In 1903 stierf hij door een hartziekte, maar op 17 augustus 1949 werd hij in Israël herbegraven. In het boekje staat een foto van die gebeurtenis met, als tweede van links, Ben Goerion Israëls eerste premier.

Wat mij echter het meeste bezig hield was het ex libris van Verdenius-Bense dat voorin het boekje is geplakt. Zoekwerk op internet bracht me nader bij Maria Verdenius-Bense (1903-1990), weduwe van Thomas H. Verdenius (1901-1945), huisarts in Noordwolde. De hervormde dokter Verdenius was de spil van het verzet in zijn woonplaats. Hij zorgde voor onderduikadressen en kende veel andere illegalen. Op 29 december 1944 werd hij, na verraad, gearresteerd en gruwelijk gemarteld. Hij gaf geen namen prijs. Toen een tweede verhoor dreigde brak hij zijn bril en sneed met het glas een slagader door. Hij wilde voorkomen dat hij bij marteling namen prijs zou geven.

In Noordwolde wordt de naam van dokter Thomas Verdenius in ere gehouden: er werd een straat naar hem vernoemd en er vindt ieder jaar een Verdenius wandeling plaats met het doel oorlog, bezetting en verzet te herdenken. Zijn vrouw Maria Bense, maatschappelijk werkster, werd na zijn dood een vriendin van de staat Israël. Dat was toen normaler dan nu. Zij was van 1946-1958 het eerste vrouwelijke gemeenteraadslid in Steenwijk. Zij zette zich in voor de gezondheidszorg, kinderbescherming en jeugdhulpverlening.

Zo brengt Herzl ons in Noordwolde. Boeken hebben een geschiedenis. Een ex libris maakt dat duidelijk.

Meer biografieën bij Cornelissen & De Jong

september 4th, 2020 by Igor Cornelissen

Alles komt samen bij het vertalen: onkunde, fatsoen en (zelf)censuur

De bundel De lage landen en de Sovjetunie heeft een gevarieerde inhoud. Architectuur, schrijvers, politiek. Heel leerzaam en boeiend vond ik de studie van Jos van Damme, ooit lector aan de universiteit van Gent. Een slavist met brede belangstelling. Hoe vertaalde men Vlaamse schrijvers in het Russisch? Alles komt bij het vertalen samen: onkunde (door gebrek aan goede woordenboeken), politieke (zelf) censuur en fatsoensnormen. Van Vestdijk wordt de zin ‘Hij was 76 en een jood.’ vertaald in ‘Hij was 76 en bankier.’ Van een andere schrijver wordt een klap ‘die aardig aankomt’ in de vertaling ‘een klap die prettig aandoet.’ Van Willem Elsschots proza werd helemaal gehakt gemaakt.

Interessant vond ik de beschrijving van de Nederlandse architecten die naar het beloofde Land trokken om daar te gaan bouwen. Mart Stam zou een openluchttheater bouwen ergens in de Oeral. Het is nooit bekend geworden waar dat was en evenmin of het ooit van de grond kwam. Het meeste bleef bij luchtkastelen.

Waarin een groot land klein, dom en misdadig kon zijn. En, helaas, bleef.

Gesigneerd door een van de schrijvers met opdracht voor Igor Cornelissen met een herinnering aan een stormachtige ontmoeting waarvan ik mij niets herinner. Was het in een cafe?

Meer nieuwe oude boeken

september 3rd, 2020 by Igor Cornelissen

Foute mensen en goede boeken & films

De filmregisseur Fritz Lang (1890-1976) is dankzij de televisie, die af en toe een klassieker van hem vertoont, nog niet vergeten. Bijvoorbeeld de film M. (1931) die gaat over de stad die een moordenaar zoekt. In de intensiteit van die zoektocht wordt de gehele onderwereld platgelegd. Of zijn films over de tijger in India of over een enge vorst die een mooi blank meisje verovert en haar tegen haar wil wil houden.

Fritz Lang begon in de jaren twintig te filmen, de beginjaren van de Weimarrepubliek waarmee het zo slecht afliep door de massa die Hitler achter zich aan kreeg. Die dreiging is volgens de kenners in de eerste films van Lang herkenbaar. Met dr. Mabuse de misdadiger die de speelzalen onveilig maakt had Lang stof voor enkele films. Het verhaal werd geschreven door de Luxemburger Norbert Jacques, zelf ook al weer een geheimzinnig mens, die een dubbelleven leidde als kleine boer/visser en journalist in Hamburg.

Als ik het me goed herinner was die Norbert Jacques een beetje fout tijdens WO II, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van de roman Dr. Mabuse, de speler. Volgens de flaptekst overigens een vroege waarschuwing tegen het fascisme.


Méér nieuwe oude boeken in ‘t Wasdom, ook de dissertatie Der Fall Norbert Jacques. Über Rang und Niedergang eines Erzählers (1880-1954). Zeldzaam. In combinatie met de roman Dr Mabuse de speler € 45,00. Bel of mail ons.

september 2nd, 2020 by Igor Cornelissen

Een psychoanalyticus over het antisemitisme

Liefst zou ik er zelf een boek over schrijven. Maar zoveel anderen hebben het al gedaan. Dit is een psychoanalytische studie, wat het volgens geleerde mensen extra waarde geeft. Of de waardering in Nederland voor de psychoanalyse nog steeds zo groot is als in de jaren zestig betwijfel ik, maar laat ik dat voor mij houden. Rus van geboorte, studeerde Rudolf Loewenstein in Zürich, Berlijn en Parijs om in New York te eindigen als voorzitter van het Internationale Psychoanalytische Genootschap. De titel van het eerste hoofdstuk is direct helder en duidelijk: Antisemitisme en geestesziekte.

Is het antisemitisme, of eenvoudiger gezegd de jodenhaat, van blijvende aard? Er staat tegen het einde van zijn boek een eenvoudige zin die eigenlijk het antwoord geeft: ‘Het spreekt vanzelf dat een kind dat geïndoctrineerd wordt met de opvatting dat de dood van Christus op de joden van nu moet worden gewroken, antisemitische trekken gaat vertonen.’

Hoe lang is het geleden dat in christelijke kerken deze opvatting uitgedragen werd? Als u het niet weet, kunnen uw buren wellicht uitkomst bieden. En nu die kerken dat niet meer verkondigen zijn er andere leerhuizen waar tegen de joden wordt gefulmineerd. Daar hebben ze de dood van Jezus niet eens bij nodig.

Het boek bevat een uitgebreide bibliografie. In een voetnoot schrijft Loewenstein over de positieve houding van de meerderheid der Fransen tijdens de bezetting tegenover de joden. Daar zet ik een groot vraagteken bij.

Meer nieuwe oude boeken bij ‘t Wasdom van Cornelissen & De Jong

september 2nd, 2020 by Jaap de Jong

Tussenmens-zijn. Over Shtisel, Chaim Potok en de mens op het vlot

De prachtige Netflixserie Shtisel thematiseert de positie van de tussenmens, een wezen dat zich beweegt tussen twee extremen. Een relatief beschermd bestaan binnen de schil van de traditie waarin je de eigen marge dan wel comfortzone kiest of verzuipt in een oceaan van duizend en één mogelijkheden. Het vernieuwen van de traditie is weinigen gegeven en eiland-zijn bij stijgend water valt niet mee. Misschien kun je een schiereiland zijn, zoals Jozef Waanders betoogt in een interessant essay (op longlist Joost Zwagerman Essayprijs).

Schiereiland-zijn of tussenmens. Dat is het thema waarin de schrijver, schilder, filosoof en rabbijn zonder gemeente Chaim Potok (1929-2002) excelleert, met name in zijn vroege werk (o.a. Uitverkoren, Mijn naam is Asher Lev). In Shtisel speelt Akiva de rol van de jonge talentvolle schilder die worstelt met zijn gaven en positie. De schilder Akiva is typisch de tussenmens die de trekken vertoont van Asher in Mijn naam is Asher Lev. Een grappig detail is dat Chaim Potok zijn derde kind Akiva noemde.

Chaim Potok – die eigenlijk Herman Harold Potok heet – besloot rond 1943, na het lezen van Brideshead Revisited. The Sacred and Profane Memories of Captain Charles Ryder, schrijver te worden. Dat is tenminste wat hij vertelt aan de interviewster Connie Martinson (Martinson, 1991). Maar eerst studeerde hij filosofie om in 1965 te promoveren op een dissertatie over het rationalisme en scepticisme bij Salomon Maimon (1753-1800). Het was geen willekeurig onderwerp dat Potok koos. Ook Maimon was een tussenmens. In een interessant opstel concludeert Gideon Freudenthal dat een echte ontmoeting met Maimon productieve onzekerheid veroorzaakt. Ik citeer: “Moreover, the encouter with his philosophy – speculative and yet skeptic, sensitive to tradition and yet inter-culturally oriented, a philosophy which suffers strong tensions and paradoxes without enforcing their reconcilation may prove as thought-provocking as ever.” (Freudenthal, 2003, p. 17).

Ik herinner mij de opwinding toen ik in de jaren tachtig en negentig de boeken van Potok las. Het was de literaire evenknie van de sociologische analyses van C.S.L. Janse (Bewaar het pand. De spanning tussen assimilatie en persistentie bij de emancipatie van de bevindelijk gereformeerden) en Jan Zwemer. Goed geschreven en spannend. Existentieel zelfs, vooral de dialogen, zoals tussen Asher en leermeester Jacob Kahn: “Begin je te begrijpen wat je jezelf gaat aandoen? Je begrijpt nu wat Picasso deed, ja? Zelfs Picasso, de heiden, moest dit doen. Af en toe is er geen andere mogelijkheid. Begrijp je me, Asjer Lev? Dit is geen speelgoed. Dit is geen kindergekrabbel op een muur. Dit is een traditie; het is zelfs een religie, Asjer Lev (…) Alleen hij die zich een traditie meester heeft gemaakt, heeft het recht om iets aan die traditie toe te voegen of om ertegen in opstand te komen. Begrijp je me, Asjer Lev?”.

Het cijfer zeven opent met een autobiografisch essay waarin Potok de metafoor van het vlot gebruikt waarmee hij de positie van de Zwischenmensch schildert: “Een Zwischenmensch te zijn betekent je tegelijkertijd overal en nergens thuis te voelen, met argwaan bekeken te worden door degenen op de oevers, wanneer je op je vlot voorbij drijft. Mijn Missisppi heeft geen monding, geen delta. Hij stroomt steeds maar verder. Wij zijn het meest menselijk wanneer we op creatieve wijze communiceren via de Hannibals die we voor onszelf maken.”

Ik ontmoette Chaim Potok op 12 november 1992 in het toenmalige boekenpaleis Broese Kemink in Utrecht waar hij mijn exemplaar van De troop-leraar signeerde. We wisselden wat woorden. Ik stotterde vooral bewondering uit. Hij keek mij wat peinzend aan en schreef na onze korte kennismaking “Best wishes, Chaim Potok.”

Gebruikte bronnen - Voor een meer volledige en klikbare lijst met geraadpleegde bronnen en databanken, zie de literatuurlijst, gemaakt met het programma BOLAS, ook een product uit 't Wasdom ;-)

Freudenthal, G. (2003). A Philosopher between Two Cultures. In G. Freudenthal (red.), Salomon Maimon: Rational Dogmatist, Empirical Skeptic (pp. 1-17). Dordrecht: Kluwer.

Martinson, C. (1991, mei). Connie Martinson Talks Books, Interview met Chaim Potok. Geraadpleegd van https://ccdl.libraries.claremont.edu/digital/collection/cmt/id/828

Potok, Chaim (1992). Mijn naam is Asher Lev. 's-Gravenhage: BZZTôH

Potok, H.H. (1965). The rationalism and skepticism of Solomon Maimon (phd thesis Graduate School of Arts and Sciences). Philadelphia: University of Pennsylvania.

University of Pennsylvania (2011). Chaim Potok papers - Ms. Coll. 730. Geraadpleegd van http://dla.library.upenn.edu/dla/ead/detail.html?id=EAD_upenn_rbml_MsColl730

Waanders, J. (2020). De mogelijkheid van een schiereiland. Geraadpleegd van https://www.nederlandseboekengids.com/20200831-jozef-waanders/

Meer nieuwe oude boeken, w.o. het werk van Chaim Potok

augustus 31st, 2020 by Igor Cornelissen

Arthur Taylor – Notes and Tones in Zwolle

Ik was amper twee jaar terug in Zwolle toen de drummer Art Taylor (1929-1995) daar kwam spelen. Hij had met alle groten gespeeld (Dizzy Gillespie, Charlie Parker, Mingus, Bud Powell). Hij woonde en werkte al enkele jaren in Europa. In zijn thuisland was geen droog brood te verdienen. Hier was het beter, maar ook geen kaviaar en tarbot. Ik kon dat zien omdat naast zijn drumstel een stapeltje boeken lag. Het door hem zelf geschreven Notes and Tones; interviews met collega’s uit de jazz. Ik kocht een exemplaar en hij zette er wat aardigs in.

Het zijn openhartige vraaggesprekken waarin de musici dat zeggen wat Taylor graag wil horen. Vaak nogal blank of wit, zoals ze vandaag zeggen. Het verhaal had ik vaker gehoord. De blanken hadden hun muziek gestolen, en witte recensenten, impresario’s en anderen verdienden dik aan hun muziek. Er valt meer over te zeggen. Bij voorbeeld over de impresario Norman Granz (blank en joods) die de mensen die hij inhuurde voor Jazz at the Philharmonic allemaal evenveel en goed betaalde. en wars van van segregatie, ja daar lijfelijk tegen optrad.

Maar ik kwam niet om met Arthur Taylor te debatteren. Ik had zijn boek nog niet gelezen. Ik kwam om te luisteren naar fijne muziek. Dat was in de Librije. Toen een galerie voor (beeldende) kunst (jazz viel daar blijkbaar ook onder), lang daarvoor een synagoge en nog weer veel later het restaurant van Jonnie Boer.

Wat Taylor die avond verdiende, weet ik niet. Honderd gulden? Dan zal de jazz stichting die hem hierheen haalde wel een subsidie gekregen hebben van de gemeente Zwolle, want meer dan zestig man kon er niet in het zaaltje. Met wie hij toen speelde, weet ik niet meer. Het valt op te zoeken op Delpher kranten. De datum was, volgens de signatuur van Taylor, 13 januari 1978. Twee jaar later ging Taylor terug naar Amerika. Europa was het blijkbaar ook niet helemaal.

Arthur Taylor (1977). Notes and Tones. Musician to Musician Interviews. Liege, Belgium: eigen beheer. 1e druk, 301 pp., excl. register. Interviews met o.a. Miles Davis, Hampton Hawes, Nina Simone, Randy Weston en 23 anderen. Met opdracht en signatuur, met krantenknipsel, (necrologie De Volkrant, 8 febr. 1995). Jazzcollectie Igor Cornelissen. € 47,50. Zeldzaam.

Meer muziekgeschiedenis en andere nieuwe oude boeken

augustus 25th, 2020 by Igor Cornelissen

To van Hille-Gaerthé en de Zwolse buxushaagjes

Veel schrijvers heeft Zwolle misschien niet opgeleverd. A. den Doolaard (1901-1994) woonde er maar even of beter: hij werd geboren in een huis aan de Rhijnvis Feithlaan als Cornelis Johannes George Spoelstra, maar woonde in Heino waar zijn vader predikant was. E.J. Potgieter (1808-1875), landelijk bekend als oprichter van De Gids, woonde er ook maar kort en het duurt wellicht nog jaren voordat er een straat of plein naar de geheel volbloed Zwollenaar Meindert Boss (1898-1937) (schrijversnaam J.K. van Eerbeek) wordt vernoemd. Een Zwollenaar die een leven lang in de Thomas à Kempisstraat 69 woonde, vlakbij de slager Walter Stern (nr. 93) die in de jaren dertig vanuit Duitsland naar Nederland vluchtte, maar dat is een ander verhaal.

De schrijfster To van Hille-Gaerthé (1881-1958) heeft wel een straat in de schrijverswijk van Zwolle (ten noorden van Wipstrik. Ze werd geboren in 1881 en schrijft heel liefelijk over haar jeugdjaren in een bevoorrecht milieu. Haar vader was huisarts en To zou trouwen met een leraar die conrector werd aan het gymnasium (Celeanum). De Zwolsche Courant nam haar stukjes met herinneringen over Zwolle graag op en ze werden verzameld en herdrukt. In haar korte verhalen, zoals in Tuintjes, is zij op haar best. Het boek werd meerder malen herdrukt bij Nijgh & Van Ditmar.

In Tuintjes – een bundel met drie verhalen – deze mooie zin over iemand die een huis met een hofje erft dat precies zo moest blijven als het was. Er stond een kruisbessen boompje met hoge blauwe riddersporen langs de kant. ‘En rondom de stamroos, pal in ‘t midden was een perkje viooltjes, omgeven door een rand van frisch-glanzende buks, als een ondoordringbaar, groen muurtje.’

Zwolle mag dan intussen onherkenbaar veranderd zijn, de buxushaagjes rukken steeds meer op. Is dat vooruitgang?

Méér nieuwe oude boeken

augustus 19th, 2020 by Jaap de Jong

Steden van Pandora. Drie vertellingen – Paul Gellings

In de serie signalementen & Zwolse schrijvers aandacht voor Paul Gellings die een nieuwe bundel publiceerde bij uitgeverij Passage (Groningen, 2020): Steden van Pandora. Drie vertellingen. Twee verhalen zijn eerder gepubliceerd, maar nu samen met een derde vertelling opgenomen in een drieluik.

Paul Gellings – oud-docent aan de Thorbecke Scholengemeenschap, dichter, schrijver en vertaler – is in Zwolle geen onbekende. In de jaren tachtig en negentig bezocht hij het Zwolse literair café In de Sinnepoppen, een zeer geheim en samenzwerend genootschap van Zwolse schrijvers & vereerders van Dionysius, maar over dat laatste weet niemand het fijne. Bijna niemand en het ook is goed dat dit deksel van Pandora dicht blijft, opdat ons hoop en nieuwsgierigheid restere. Het literair café ging ter ziele, maar verdient – natuurlijk in alle beslotenheid – opnieuw te worden opgericht. Dit terzijde.

De opgenomen verhalen van Gellings spelen in een Groningse stadswijk en twee steden: Beijum, Manchester en Enschede, het Enschede waar de vuurwerkramp op 13 mei 2000 een enorm stuk braakliggend land braakte: “een vlakte in de stad waar een wonderlijke stilte hangt, iets wat zijn adem inhoudt, al waait het er, maar de wind maakt het nog stiller.” schrijft Paul Gellings. Inderdaad, goede luisteraars horen het ruisen van een zachte stilte en scherpe kijkers zien meer dan braakliggend braakland.

Naar aanleiding van: Paul Gellings (2020). Steden van Pandora. Drie vertellingen. Groningen: Passage. Nieuw. Gesigneerd door de auteur, 192 pp. € 17.90 (excl. verzendkosten). Bel of mail ons.

 

augustus 18th, 2020 by Jaap de Jong

De omgevallen boekenkast

Toen de boekenkast van Hans van Straten (1923-2004) op een koude, maar gelukkige nacht omver werd geworpen, dwarrelden er honderden vellen met aantekeningen in zijn kamer rond. Het waren papiertjes met grappen, herinneringen, dagboekfragmenten en aforismen. Dit alles was voor hem aanleiding tot De omgevallen boekenkast (Amsterdam, 1987), dat in de Privé-domeinreeks verscheen.

Het is een amusante collectie, maar tegelijk ook een portret van de lezer, verzamelaar en boekenliefhebber Van Straten. Die gebeurtenis en de daaropvolgende actie van Hans van Straten bracht mij een half jaar geleden op het idee dat ik nu uitvoer: ik breng mijn ganse boekenbezit in kaart. Ieder boek dat ik bezit of aanschaf wordt betast, bevoeld en op waarde geschat. Al mijn bedrukt papier in een database.

Afscheid nemen van een boek is minder erg als er ergens in het digitale heelal een volstrekt unieke collectie bewaard blijft, een verzameling waar mijn naam op past. Die Platoonse kijk op de boekverzameling vergemakkelijkt de verkoop: het concreet aangeboden exemplaar is slechts een grotexemplaar. Het nadeel is dat ik nog gemakkelijker boeken koop dan ik al deed. Het blijft aanmodderen in dit ondermaanse.

Mocht ook u een interessante collectie in kaart willen brengen en/of verkopen. Wij doen dat graag in overleg met u. En leveren er bovendien een geschreven biografisch portret bij: van u of de erflater & boekenliefhebber. Dat deden wij eerder (zie interviews). Vragen? Neem contact met ons op.

augustus 12th, 2020 by Jaap de Jong

Igor Cornelissen signeert a.s. vrijdagmiddag in ‘t Wasdom: online

Zojuist kwam de boeklading binnen. Een volle doos met de memoires van Igor Cornelissen. Afgelopen mei 85 jaar geworden, maar nog niet lang niet moe: Mijn opa rookte ook een pijp. Joodse wortels en ander (on)gemak is de titel. Opgelucht, want natuurlijk is het spannend of de boeken op tijd zouden arriveren.

Het is een mooi boek geworden met grootse verhalen: over het onderzoek van Igor Cornelissen naar het doen en laten van de arts-psychiater Hans Grelinger die sympathiseerde met het communisme, over de ontmoeting met ds. C. Hogchem, de predikant van de Genemuidense gereformeerde gemeente – Igor mag inmiddels Cees zeggen – maar ook over de bezoeken van rabbijn Samuel Spiero, die in het hele land langs afgedwaalde joden gaat. En natuurlijk over de tentoonstelling over het werk van de kunstcritica Mathilde Visser die de Fundatie & Ralph Keuning nog in portefeuille heeft. Het houdt niet op.

A.s. vrijdag, 14 augustus, is er van 15.00-16.00 een online signeersessie in ’t Wasdom, het antiquariaat van Cornelissen & De Jong. Het boek wordt a.s. vrijdagmiddag door Igor Cornelissen genummerd en gesigneerd en gaat diezelfde dag op de post. Vergeet niet om eerst het boek bij ons te bestellen (€ 24,50, gratis verzending).

Igor Cornelissen vertelt tijdens de digitale bijeenkomst kort iets over zijn nieuwste boek en er is gelegenheid tot het stellen van vragen. We maken contact via het programma Zoom. Heeft u géén Zoom op uw computer? Klik dan vrijdag op deze link en vul daarna de meeting ID en de passcode in (zie hieronder).

Online signeersessie in ’t Wasdom op vrijdagmiddag (14 augustus, 15.00-16.00, via Zoom): Meeting ID: 772 6932 6979 / Passcode: rF3Sw6

Is dit alles omslachtig? Bestel dan het boek en mail ons met verzoek tot signeren + evt. opdracht. Mail: wasdom@cornelissenendejong.nl

Het is zoals de oudvader Reve zei. Uiteindelijk komt alles goed en als het nog niet goed is dan is het einde er nog niet. Ik wens u veel moois vandaag en een goede lunch. Als het kan met een lekkere kop kippensoep en als het mag met spekjes erbij. Tot vrijdagmiddag!

augustus 12th, 2020 by Igor Cornelissen

Opkrabbelen

Hij had zijn magnum opus voltooid. Al die dikke delen stonden in  heel veel huizen op de boekenplank. Hij wilde Nederland leren herdenken en beschrijven wat er in die vijf jaren was gebeurd. Hij was in mei 1940 op tijd naar Engeland gevlucht. Zijn tweelingbroer, zusje en ouders waren vermoord. Hij was nu 75 en had een schitterende loopbaan achter de rug. Veel succes. Hij had vier operaties, o.a. hart en prostaat, achter de rug. Glorieuze terugkomt.  Er was nog werk genoeg. De bezetting zou opnieuw worden uitgezonden, aangepast, met hem: Loe de Jong.

Ineens viel hij weg. Er was iets in zijn hersenen geknapt. Afasie.

In Opkrabbelen beschrijft De Jong kort en ingetogen de oorlog die hij nu in zijn eentje, maar met hulp van een begripvolle en zeer geduldige logopediste, moest voeren om zijn spraakvermogen terug te krijgen. Een moeizame strijd met al die moeilijke letters en woorden. Het lukte hem. De Jong was altijd al een uiterst gedisciplineerde doorzetter. Dat maakte hij in dit boekje, een nauwkeurige reconstructie, duidelijk. Toen ik hem na zijn genezing ontmoette en sprak, merkte ik niets van zijn tijdelijke uitschakeling.

Jong, L. de (1990). Opkrabbelen. Met een nawoord van prof. dr. B.J. Ansink [over afasie].  's-Gravenhage: SDU. Uit de collectie Igor Cornelissen, 94 pp. Gebonden in linnen met stofomslag. Goed. € 12,00, (incl. verzendkosten)

augustus 11th, 2020 by Igor Cornelissen

Lust for life – Salvador Hertog

Salvador Hertog (1901-1989) is de meest avontuurlijke en levenslustige schrijver die ik ooit sprak. Het gegeven dat hij als jood werd geboren in Maastricht maakte hem anders dan iedereen. Met een zo grote belangstelling voor de wereld dat hij de wereld wilde bereizen. Hij was zeeman en kok. Woonde in Frankrijk en voor de oorlog (hoe en waarom weet ik helaas niet) in Finland. Hij sprak de taal en heeft nog uit het Fins vertaald. Een van de lastigste talen van Europa. Het schijnt dat hij de Finse componist Jean Sibelius heeft geïnterviewd.

Hij zat tijdens de oorlog in het verzet, was links, zonder communist te zijn. Na de bevrijding vroeg men hem te komen werken bij het Bureau Nationale Veiligheid, een voorloper van de BVD. Daarover ging mijn gesprek met Salvador Hertog die heel wat wist te vertellen over de Duitse oorlogsmisdadigers die hij aan de tand voelde, maar ook over de tegenstellingen binnen het BNV die tot enorme conflicten hebben geleid. Dat BNV was geen blijvertje. Salvador Hertog gingen schrijven en bij De Bezige Bij, ontstaan in de illegaliteit, kwamen zijn boekjes uit. Zijn werk werd geprezen, maar bestsellers kwamen er niet uit zijn bedrijvige handen. Hij trouwde (of hertrouwde) met een veertig jaar jongere vrouw die hij vreugdevol drie kinderen schonk. Tot op hoge leeftijd had hij plezier in het leven. Jan Willem Holsbergen schrijft in de flaptekst terecht dat zijn verhalen ver af staan van ons Nederlands provincialisme. ‘Hertog zou een Sade kunnen zijn, indien de vrouw hem niet te lief was.’ Een nadenkertje.

Ik zou graag Hertogs levensverhaal willen lezen, uiteraard inclusief zijn Finse avonturen. Het zal er wel niet van komen. Hans van Mierlo is nog maar net dood, maar die heeft al wel zijn biograaf. Maar dit terzijde.

Op de DBNL is een interessant biografisch interview van Jules Dister (met Salvador Hertog) beschikbaar. 

Naar aanleiding van: Salvador Hertog (1965). De rode deken. Verhalen Amsterdam: De Bezige Bij. Literaire pocket. Omslag: Karel Beunis, pp. 149. Gesigneerd door Salvador Hertog. (Nog) niet te koop
augustus 10th, 2020 by Igor Cornelissen

Verraad, lafheid en bedrog. Intriges rondom de tsaar

Wil Poetin een nieuwe Stalin zijn of trekt hij zich omhoog aan de in Rusland nog altijd vereerde tsaar? De Oostenrijkse slaviste Elisabeth Heresch dook in de archieven en reconstrueerde het leven van de laatste tsaar Nikolaas II en diens Duitsgezinde vrouw en hun kinderen. De goudroebel was tijdens hun bewind een van de veiligste valuta ter wereld. Ook vanuit Nederland werd belegd in aandelen ‘Russische spoorwegen’. Dat stortte allemaal ineen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Romanovs werden ten val gebracht tijdens de Maartrevolutie en later onder de bolsjewiki afgeslacht. Heresch reconstrueerde de intriges nauwgezet. We lezen opnieuw, of voor de eerste keer, over de complotten door en tegen de enge monnik Raspoetin die invloed aan het hof kreeg omdat hij genezende kracht leek te hebben over de aan een bloederziekte lijdende zoon van de tsaar.

Na lezing weten we ook hoe het moordcommando eruit zag dat de opdracht kreeg de keizerlijke familie te vermoorden. Heresch maakte een fout: de Hongaarse Imre Nagy die deel uitmaakte van dat commando was niet de man die in 1956 de geschiedenis inging als de vrijheidslievende communiste die Hongarije wilde losweken uit het Warschaupact. Bij verschijning van het boek in 1992 is veel aandacht besteed aan die fout. Vrij vertaald is Imre Nagy zoiets als Willem de Groot. Veel Hongaren heten zo.

Boeiend vond ik de passages over graaf Witte, ooit minister van Financiën die veel deed aan de modernisering van Rusland. Hij was een fel tegenstander van Ruslands deelneming aan de Eerste Wereldoorlog. Moest Rusland nog groter worden? Onzin. In Siberië, Toerkestan en de Kaukasus waren nog genoeg gebieden die niet eens ontsloten waren. De hele oorlog was waanzin, meende Witte die Nederlands-Duitse voorouders had. Maar naar graaf Witte werd in 1914 niet meer geluisterd. De Balkan is geen oorlog waard, had hij in 1908 al gezegd. Ik zou wel eens een biografie over graaf Witte willen lezen.

Meer biografieën

augustus 10th, 2020 by Igor Cornelissen

Hermine Heijermans, kamertjeszonde en andere roddels uit de grachtengordels

Hermine Heijermans (1902-1983) schreef een buitengewoon aardig en warm boekje met herinneringen aan haar vader, de grote (ik schrijf liefst ongeremd grootste) Nederlandse toneelschrijver.  Ook andere familieleden worden geportretteerd, zoals haar Ida de Roode-Heijermans, een begaafd schilderes.

Curieus is wat ze verteld over Bernard Canter, vriend van haar vader. Heijermans zat weer eens in geldnood en was vast van plan met zijn (tweede) vrouw een einde aan hun leven te maken. Net op tijd kwam Canter binnen met veertig gulden. De suïcide ging niet door. Toch kregen de twee later ruzie. Canter had een boekje geschreven Een visser ter haringvangst. Kort daarop verscheen van Herman Heijermans een sterk gelijkend toneelstuk Op hoop van zegen, een stuk dat nog altijd wordt gespeeld, al gebeurt dat soms, tot mijn grote ergernis, in moderne setting (met mobieltjes enzo). Het is me een gruwel. Je laat de mensen die een stuk van Tsjechov spelen toch ook geen commentaar geven een op televisieprogramma dat ze net hebben gezien?

In ieder geval ontkende Heijermans dat er sprake was van plagiaat, maar het gebeuren bleef Bernard Canter steken. Ik heb voor Vrij Nederland nog eens een groot stuk over Canter geschreven. Het onderwerp was me aangereikt door Jaap Meijer (de vader van Ischa, dat moet er helaas bij). Canter is totaal vergeten al schreef hij een geweldige roman Kalverstraat over de elkaar dood concurrerende middenstanders in die straat rond de (vorige) eeuwwisseling.

Hermine Heijermans heb ik ontmoet en gesproken. Ze vertelde me hoe ze de oorlog was doorgekomen als waarzegster op de Zeedijk. Maar toen ze me openhartig begon in te lichten over haar vele erotische avonturen haakte ik af. Laten we zeggen dat het leeftijdsverschil tussen ons te groot was. Hermine was een goed mens. Is het ook allemaal waar wat ze vertelt? Volgens haar werd Kamertjeszonde, een andere klassieker van Heijermans, door veertig uitgevers geweigerd. Hoe kwam ze aan dat getal? Het geeft in ieder geval hoop voor jonge schrijvers die herhaaldelijk op afwijzing stuiten. Het dagboek van Anne Frank is ook enige malen door bekende uitgevers geweigerd. Op hoop van zegen dus. Tot veertig keer toe en ook bij de vijftigste weigering niet loslaten.

Heijermans en andere oude nieuwe boeken

augustus 8th, 2020 by Jaap de Jong

Een wulps testament in de notariskluis. Over Belcampo, de zoon van de notaris

Als jongen van zestien las ik Het olografisch testament van Belcampo, pseudoniem van Herman Pieter Schönfeld Wichers (1902-1990). Het is een fantastisch verhaal dat gaat over notaris Van Dalen. Hij krijgt van een erflater de opdracht het door hem opgemaakte testament in zijn kluis te bewaren. Dat testament is geen papieren document, maar staat getatoeëerd op het lichaam van een verleidelijke vrouw, gehuwd met de erflater en belust op zijn geld. In de voetnoten bij dat verhaal staan geleerde juridische verwijzingen. De bepalingen zijn helder als glas en er is geen ontkomen aan voor notaris van Dalen; een levend en wulps testament in zijn kluis. Hoe gaat dat aflopen? Van het verhaal is een hoorspel gemaakt, waarvan hier een fragment is te beluisteren. Net zomin als dat gebeurt in het fragment verklap ook ik de afloop niet. Het is als het laatste snoepje en daarvan laat je niet proeven. De smaak zal zich ten volle openbaren bij het lezen van de tekst zelf. Geleidelijk. Snuif de geur op. Die is beter nog dan pepermunt. Het olografische testament is tot op de dag van vandaag populair, met name bij rechtenstudenten in Groningen en elders.

Vanaf het lezen van Het olografisch testament was ik verslaafd aan de verhalen van Belcampo en die verslaving geldt dus ook Het grote gebeuren. Het verhaal dat beschrijft hoe het de Rijssense inwoners verging op de dag des oordeels (VPRO & Jaap Drupsteen, 1975). In een eerste versie werden de Rijssenaren bij naam en toenaam genoemd. De vader van Belcampo, de Rijssense notaris J.G. Schönfeld Wichers (1887-1937), was “not amused” en vertelde zijn zoon de namen te schrappen, zeker die van de verdoemden. Een notaris heeft immers ook een winkel. Dat schrappen gebeurde. Met zwarte inkt. Herman Pieter Schönfeld Wicher gedroeg zich als de goede zoon.

Tot op zijn sterfdag liep Herman Pieters (Belcampo) volgens de overlijdensadvertentie in de NRC rond met een “van verbazing open mond”, maar op vrijdagmiddag 5 januari 1990 was het de beurt aan de Rijssenaren. Die keken zeer verbaasd op toen de doodskist van Belcampo naar oud-Twenste gewoonte in een ouderwetse boerenkar naar de Oude Begraafplaats aan de Lentfersweg werd vervoerd (zie foto). Belcampo keerde immers terug uit Groningen. Of hij als een verloren zoon werd thuisgebracht laat ik in het midden. Wel kreeg hij een plek naast zijn vader, de Rijssense notaris, die in het najaar van 1937 was overleden. Naast elkaar liggen ze nu, een beetje in de marge van het kerkhof (links aan het einde vanaf de hoofdingang), maar in de schaduw van een Amerikaanse eik. Om het graf van Belcampo staat een gietijzeren hekje, een detail dat mijn gevatte schoonmoeder gebruikte om snel het graf te kunnen vinden. Niet iedereen heeft immers een gietijzeren hek. Eerder kon een buurtbewoner mij de plek niet aanwijzen waar de Grote Schrijver ligt en er is zelfs geen bord dat aan zijn bestaan herinnert. Het is zoals een psalm zegt: men kent en vindt zijn standplaats zelfs niet meer. Nog weer eerder had een Rijssenaar mij het andere Rijssense kerkhof aangewezen als de plaats waar Belcampo zou liggen. Zoiets als een rechtgeaarde Nederlander na de oorlog deed als een Duitser hen de weg vroeg.

Op de grafsteen staat alleen de naam Belcampo en zijn geboorte- en sterftejaar. Nog kaler dan grafstenen van andere Rijssenaren die – anders dan veel zware protestanten elders in het land – nauwelijks bijbelteksten plaatsen of anderszins getuigend zijn. In Overijssel, of in elk geval in Rijssen, wordt er na de dood niet meer gepreekt en blijft dat wat er wel toe doet toch ongezegd. Het is zoals een groot filosoof schreef: “wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen”. Waren alle inwoners van Nederland zoals die uit Overijssel, maar dit uiteraard terzijde.

augustus 7th, 2020 by Jaap de Jong

“Karel van ’n Notoaris oet Riessen”, broer van Belcampo

Woensdag wandelde ik met de geliefde door het Rijssense Schwarzwald op zoek naar de gebroeders Schönfeld Wichers. Of beter: speurend naar de materiële overblijfsels van de schrijvers Karel Diederik (1901-1993) en Herman Pieter (1902-1990). Dat viel niet mee. Uiteindelijk vonden we diep in het bos de resten van het paradijs. Daar voltooide Karel Diederik Schönfeld Wichers in 1959 zijn Woordenboek van het Rijssens dialect. “Karels huusken”, zo lezen we. Het ziet er vervallen uit. De ramen zijn kapotgeslagen en dichtgemaakt met houten planken. Er is geen inkijk & doorkijk mogelijk.

Karel groeide samen met zijn broer Herman op aan de Grotestraat 9 in Rijssen als zonen van notaris J.G. Schönfeld Wichers (1887-1937). Karel was nog maar net klaar met de studie notarieel recht en letterlijk op weg om als notaris te worden beëdigd toen hij als Saulus het licht zag en op zijn schreden terugkeerde naar huis. Daar wachten zijn kameraden om de beëdiging te vieren. Karel had zich echter bedacht, wilde zijn vrijheid houden en liever kandidaat-notaris blijven. Ik vermoed dat er nochtans wijn is gedronken bij zijn terugkeer, want Karel hield van het glas als ook van de bodem van de fles: ad fundum.

Tot op de dag van vandaag staat Karel Diederik in Rijssen bekend als “Karel van ’n Notoaris”. Broer Herman gebruikte de Italiaanse vertaling van “Schönfeld” – Belcampo – als zijn pseudoniem. Hij is in Rijssen nog steeds berucht als de schrijver van Het grote gebeuren, het verhaal dat beschrijft hoe het Rijssen vergaat op de dag des oordeels (VPRO & Jaap Drupsteen, 1975). Toch is het Belcampo – die zijn werkende leven grotendeels in Groningen doorbracht – en niet Karel die, naast zijn vader onder de schaduw van een Amerikaanse eik, op de oude begraafplaats van Rijssen begraven ligt. Hoe wij hen daar vonden? Dat is een ander verhaal.

Net als Herman doorkruiste ook Karel het vooroorlogse Europa. Na de oorlog ontwierp Karel de eerste camper (“Kueklkoare”, zie foto), een houten opbouw op het onderstel van een kleine Renault-vrachtwagen, en reisde tussen 1945 en 1970 in zijn vrije tijd met de Rijssense jeugd door Europa. Karel werkte weliswaar als kandidaat-notaris op kantoor, maar had het ouderlijk huis aan de Grotestraat verlaten en woonde voor de rest van zijn lange leven in “Karels huusken”, diep in het bos aan het Rijssenseveld. Daar kwam ook zijn broer Herman met enige regelmaat langs.

Intussen werd er door Karel hard gewerkt aan de vastlegging van het Twents. Na het Woordenboek van het Rijssens dialect kwam in 1979 het Twents-Nederlandse woordenboek uit. In maart 2019 is dit woordenboek opnieuw uitgegeven. Het door Karel Schönfeld Wichers samengestelde corpus is een belangrijk onderdeel van de Twentse Taalbank.

De Keuklkoare rijdt naar verluidt nog steeds en is in particuliere handen. Ik heb hem nog niet weergezien. Graag zou ik er een ritje mee maken, maar dit terzijde. En de verhalen van Belcampo kunnen we nog steeds lezen.

Bronnen

  • Fotomateriaal – eigen foto & databank Erfgoed Rijssen-Holten. Zoektermen: Keukelkoare, Wichers
  • Databank Wie is Wie in Overijssel. Zoekterm: Schönfeld-Wichers
augustus 7th, 2020 by Igor Cornelissen

Zwarte dauw: Genemuiden revisited

Rachel Vissers voorouders kwamen uit Genemuiden waar de Bijbel nog wordt gelezen en van kaft tot kaft voor waar wordt aangemerkt. In 2011 kwam haar boek Zwarte dauw uit waarin ze haar indrukken over die strenge gemeente beschreef. Het veroorzaakte veel kwaadheid (of woede?) in  Genemuiden. Ze had zich voorgedaan als een objectief antropologe en op die wijze toegang gekregen tot ernstige ouderlingen en andere leden van de Gereformeerde Gemeente. Ook ds. Hogchem had haar ontvangen. Gelovig, maar wellicht ook wat goedgelovig. Had Rachel misschien een rekening te vereffenen? Haar grootvader was een van de weinige NSB’ers in het plaatsje geweest en was na 1945 uit Genemuiden vertrokken. Dat stond in geen enkele recensie. Rachel Visser heeft de gelovigen zeer negatief neergezet: linkerogen trillen, ouderdomsvlekken worden zichtbaar en gastheren loeren. Geen prettige gemeente. Het Reformatorisch Dagblad plaatste een beheerste, maar negatieve recensie.

Ik bezocht Genemuiden enkele keren en sprak met ds. C. Hogchem over allerhande zaken. Het staat allemaal in mijn nieuwste boek Mijn opa rookt ook een pijp dat afgelopen week verscheen. Ik kon mij goed vinden in de recensie van het RD over Zwarte Dauw: vooringenomen.

En als je in Genemuiden in de kerk(en) niets te zoeken hebt: Er is een tapijtmuseum dat veel interessanter is dan de naam vermoedt en er is een Chinees restaurant dat kwaliteit biedt en gastvrijheid. In de kerk zingen ze er met boventonen, al bijna een cultureel werelderfgoed. Hoe dat klinkt, wil ik nog wel eens horen. Voor ik het vergeet: er zijn twee café’s, maar die zijn meen ik op zondag dicht. De Chinees is altijd open. Daar schenken ze ook.

Koop de waarheid en verkoop ze niet, mitsgaders wijsheid en tucht en verstand, schreef Salomo: Zwarte Dauw of Mijn opa rookt ook een pijp? U mag kiezen, maar eet er in elk geval een goede kop soep bij, als het kan met spekjes.